Bewoners voor behoud groene RotteIn 2012 schrokken de Bewonersorganisatie en de bewoners van de Terbregse Rechter Rottekade en Bergse Linker Rottekade zich een hoedje. Bekend werd dat een ondernemer 31 steigers en een steiger voor een beheerdersboot wilde gaan realiseren op het mooiste plekje van Rotterdam. Waarschijnlijk zag de slimme ondernemer brood in deze onderneming omdat er vlak achter een wijk met extreem dure woningen gebouwd zou gaan worden.

Er werd een vergunning aangevraagd voor het "vervangen van bestaande steigers". Niet "helemaal" correct, want er waren op deze plek al jaren geen steigers meer. Ooit waren die er wel (van jachthaven Tabink), maar deze zijn weggehaald en een tiental jaren geleden zijn ook de restanten van de houten palen weggehaald, zodat er nu sprake is van een prachtige ongeschonden oever.

In 2012 werd de vergunning geweigerd door de Gemeente Rotterdam. De locatie is aangemerkt als een Stadsdeelpark en er was binnen de toenmalige Deelraad al lang (en unaniem) besloten dat bouwen binnen het groene raamwerk niet was toegestaan. Ook de toenmalige Deelraad zag het belang in van ongeschonden groene Rotte-oevers. Het komt niet vaak voor, maar dit keer was het besluit unaniem.

De ondernemer (een makelaar uit 's Gravendeel) zag dus duidelijk "handel" in het realiseren van 31 aanlegplaatsen. Nu zou dat om de vergunning te krijgen nog een heel beperkte operatie worden. Bewoners zijn echter bang dat, nadat de vergunning is verleend, er een heuse jachthaven gaat ontstaan. Natuurlijk wordt dit in alle toonaarden ontkent, maar "slapen doen we 's-nachts"!!

De ondernemer liet het er niet bij zitten en toog naar de Rechtbank (Bestuursrechter). Ook daarr kreeg hij ongelijk. Bewoners zien het helemaal niet zitten: veel extra verkeer over de smalle Terbregse Rechter Rottekade en een totaal gebrek aan parkeerruimte (auto's parkeren - zeker in het weekeinde - nu al in het gras) .

De kern van de zaak ligt in de terminologie. Zodra er sprake is van een jachthaven, zijn "voorzieningen" een eis van de gemeente Rotterdam. Het is de ondernemer er dus alles aan gelegen om het juist geen jachthaven te noemen. Want dan ontduikt hij de regelgeving.

Na de uitspraak van de Rechtbank stond voor de ondernemer nog maar één route open en dat was de gang naar de Raad Van State (hoger beroep). Er is door de ondernemer een advocatenkantoor ingehuurd, die er hun tanden in hebben gezet. Kennelijk "mag het wat kosten", die 31 aanlegsteigers? Of zou er meer aan de hand zijn? Wij denken het antwoord te weten: Die plek is een goudmijn. Helaas wordt de natuur geweld aan gedaan en worden er steigers gerealiseerd midden in een Stadsdeel park waar vele mensen recreëren. Ook het feit dat de voltallige Deelraad het gebied wilde beschermen maakt niet meer uit, net zomin als het milieu en parkeer- en verkeersoverlast voor tientallen bewoners. Het doet er allemaal niet toe als er maar geld verdiend wordt.

Het hoger beroep dient op 11 maart aanstaande. De bewonersorganisatie en bewoners hopen dat het college zich geen rad voor ogen laat draaien door een slimme gespecialiseerde advocaat. Uiteraard hebben ook de bewonersorganisatie en bewoners zich tot de Raad Van State gewend. Zo slim (of sluw?) als een gespecialiseerde advocaat zijn wij echter niet. Misschien heeft de Raad Van State hem wel door. We hopen het maar. Medio april weten we meer.