Wonend in het Kleiwegkwartier deden we regelmatig 'een rondje Rotte'. Startend bij het Kippenbruggetje, fietsten, wandelden of rolschaatsten we richting de A12. Heen aan de rechterkant, terug via de linkerkant. Vooral op mooie dagen was het volop genieten. Met de zon hoog aan de hemel, de schittering in het water en al het groen om ons heen, waanden we ons in vakantiesferen.

Natuurlijk hadden we ook oog voor de huizen langs de Rotte. Van prachtige villa's tot schattige dijkhuisjes; we mijmerden vaak hoe geweldig het zou zijn om hier te wonen. Maar in die tijd – ruim voor de crisis – stonden er zelden makelaarsborden langs de Rotte. En als ze er al stonden, vielen de huizen in kwestie niet binnen ons budget.

Tot die ene dag. In een tuintje aan de Rottekade stond een 'Te Koop bord'. Een klein, vervallen dijkhuisje stond te wachten op die ene koper die niet terugdeinsde voor de scheefstand, het achterstallig onderhoud en het ontbreken van stromend water op de bovenverdieping. We keken elkaar aan en belden nog dezelfde dag met de makelaar. Die wilde zeker weten dat we wisten waar we aan begonnen. Hij had geen zin om (weer) voor niks te komen. Wij wisten het zeker. Het was dan misschien niet ons droomhuis, maar wel onze droomplek.

Bijna een jaar klusten we in en om ons huisje. Ondertussen fantaseerden we hoe onze kinderen later zouden genieten van deze bijzondere plek, weg van de drukke, gevaarlijke stad: voortuin aan het water, achtertuin in het bos, wat wil je nog meer? We zagen al helemaal voor ons hoe ze op zonnige dagen aan de Rotte zouden spelen, met hun fietsje heen en weer zouden rijden en stoepkrijttekeningen zouden maken op straat. Maar hoe anders is de werkelijkheid.

"Aan de kant!" "Pas op!" "Kan je niet uitkijken?!" "Hou je kind bij je!"
Zo klinkt het op zonnige dagen écht aan de Rotte. Als wij in het weekend met onze drie kleine kinderen onze tuin proberen te verlaten, worden we steevast van onze sokken gereden door een peloton amateurwielrenners die zich niet aan de dertig kilometer houden die óók voor hen geldt. Wielrenners die zich professionals wanen in de Tour de France en het nodig vinden om gevaarlijke manoeuvres uit te halen om toch vooral niet te stoppen. Wielrenners die zich koning van de weg voelen en ons in het voorbijgaan graag ook nog even uitschelden. Wielrenners die, niet alleen voor onze kinderen maar ook voor andere weggebruikers, een gevaar op de weg zijn.

Steevast staat Victor Veilig (de gele pop) 's zomers voor ons huis te vlaggen. Helaas nog vaak zonder het gewenste effect. We leren onze kinderen nu dus ook maar dat ze nooit zomaar de tuin uit mogen lopen. En áls ze de tuin dan toch verlaten, eerst uitgebreid naar links en naar rechts kijken en tijdens het lopen ook nog regelmatig achterom. Daarnaast drukken we ze op het hart om vooral dicht bij de geparkeerde auto's te blijven. En spelen op straat? Het kan wel, maar alleen met slecht weer.

Machteld Henzel – in 't Hout is zelfstandig tekstschrijver en woont met haar man en drie kinderen aan de Rottekade. In haar vrije tijd loopt zij graag hard en trekt zij er vaak met het gezin op uit in hun Volkswagen camperbusje uit 1973.