Politiepost Terbregge

BLR330
In dit huis aan de Bergse Linker Rottekade 330 is tot begin jaren zeventig een politiepost geweest. Deze is er gekomen op aandringen van Terbregge's Belang.

Op 23 december 1923 verzocht Terbregge's Belang aan de gemeenteraad om een vaste politiepost in Terbregge. Het College van B&W was nog niet zover, maar wilde de totale bezetting van het Hillegersbergse politiecorps wel uitbreiden met twee agenten.

In mei 1928 was de politiepost er, gevestigd aan de Linker Rottekade 328 en zoals blijkt uit het telefoonboek bereikbaar via nummer 10802. Maar Terbregge's Belang drong aan op verbetering van de politiepost. De veiligheid kwam ook terug in een discussie in de gemeenteraad in februari 1935. Van der Kooij stelde dat zijn fractie zich kon verenigen met uitbreiding van het politiecorps met één agent, als die agent was bestemd voor surveillance in de polder. Volgens hem was drie jaar daarvoor een agent aangesteld om de ene agent in Terbregge behulpzaam te zijn. Maar die ene agent was nu weer weggehaald, hetgeen hem deed verzuchten, dat Terbregge altijd stiefmoederlijk werd bedeeld. Van der Kooij vond het voorstel van het College van B&W om een motor aan te schaffen voor de surveillance in de polder onzin. Degenen die hun slag wilden slaan zouden door het geronk van de motor onraad kunnen ruiken. Dat in Terbregge toch iets andere normen golden, bleek uit een berichtje in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 25 janauri 1939. Bij de Hoofdwegbrug was een controle gehouden op het al of niet branden van de achterlichtjes van fietsen. Er waren tientallen fietsers op de bon geslingerd. De verklaring van dat hoge aantal lag volgens het RN in het feit, dat er in Terbregge nog nooit veel controle was geweest.

In de na-oorlogse jaren heeft Steef van Gelder dienst gedaan als wijkagent; voor de oorlog en kort daarna was dat agent Noordermeer.
In een artikel in het Vrije Volk van 4 januari 1973 vertelde Steef onder andere: "Mijn vrouw was ook politieman. We hadden een luikje in de gang en dan kon je zien hoe zo'n vent zich gedroeg. En als ik weg was, controleerde mijn vrouw de zaak." Hij vervolgde met een opsomming van de meest gepleegde delicten: Stroperij, vissen zonder vergunning, het TBC vrij houden van de veestapel en de bestrijding van de coloradokever.